Aansprakelijkheid als gevolg van asbest in schoolgebouwen

jun 16, 2011   //   by admin   //   Asbest, Nieuws  //  No Comments

Schoolbesturen lopen in het kader van hun verantwoordelijkheid voor de huisvesting het risico van aansprakelijkheidsclaims als gevolg van de toepassing van asbest in hun schoolgebouwen. Een bestuur van een school is immers niet alleen aansprakelijk voor eigen onrechtmatig handelen en voor dito handelen van personeel, maar ook voor schade ontstaan als gevolg van een gebrek aan het schoolgebouw.

Nog recent is in een dergelijke zaak een uitspraak gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht. De casus is als volgt: Een school heeft in 1978 bij een verbouwing asbesthoudend, brandwerend materiaal laten aanbrengen. In 2003 wordt bij een leerling, die zes jaar lager onderwijs in het betreffende schoolgebouw heeft genoten, een asbestziekte in de vorm van buikvlieskanker geconstateerd. Eén van de gevolgen daarvan is dat de ex-leerling sindsdien niet meer heeft kunnen werken. In 2007 heeft hij het schoolbestuur, dat als rechtsopvolger van het toenmalige bestuur kan worden aangemerkt (ook dat is dus een risico!) aansprakelijk gesteld voor de bij de ex-leerling geconstateerde asbestziekte. De ex-leerling vordert daarbij een vergoeding voor de door hem geleden immateriële en materiële schade.

De rechter spreekt uit dat een voorwaarde voor het aanwezig zijn van aansprakelijkheid van het schoolbestuur is dat er een causaal verband dient te bestaan tussen de aanwezigheid van de asbesthoudende platen in het schoolgebouw en de ziekte van de eiser. Causaal verband betekent hier de relatie van oorzaak en gevolg, de zogenaamde conditio sine qua non (voorwaarde zonder welke niet). Er dient sprake te zijn van een rechtstreeks verband tussen de geleden schade en de onrechtmatige daad. Aan dit criterium wordt niet voldaan als de schade ook was ontstaan als de onrechtmatige daad niet was gepleegd (in casu: ook op een asbestvrije school was de leerling ziek geworden).

Ter zitting stelt de eiser (de ex-leerling) dat er onder andere door het openen en sluiten van schuifwanden asbeststof is vrijgekomen. Als gevolg daarvan zijn er zijns inziens asbestvezels de lokalen binnengedrongen. Het schoolbestuur betwist dit gemotiveerd. De rechter bepaalt op grond daarvan dat het op de weg van de eiser had gelegen om zijn stellingen te onderbouwen, bijvoorbeeld met een rapport van een deskundige. Dit heeft hij nagelaten. Daarom is voor de rechtbank het noodzakelijke causaal verband niet aannemelijk geworden. Zonder de zaak verder inhoudelijk te toetsen wijst de rechtbank daarom alleen om die reden reeds de vordering af. Dit was dus waarschijnlijk anders geweest als het schoolbestuur niet in staat was geweest de eis met een deskundigenrapport te betwisten en/of als de eiser zijn stelling gemotiveerd had weten te onderbouwen.

Deze problematiek heeft inmiddels weer een vrij hoog urgentiekarakter. Zowel de PO-raad als de VO-raad hebben recent de schoolbesturen geadviseerd hun gebouwen nauwkeurig in kaart te brengen en alles in het werk te stellen om deze risico’s te minimaliseren.

Bovendien is mede naar aanleiding van een onderzoek als gevolg van een spoeddebat door de Tweede Kamer bepaald dat scholen uiterlijk 1 juli 2012 moeten hebben vastgesteld of in hun gebouwen asbest aanwezig is. Een wettelijke verplichting wordt dat overigens niet, maar ter voorkoming van gezondheidsklachten en dreigende financiële claims is het zeker aan te bevelen dit te doen. Geadviseerd wordt om daarbij ook met de gemeenten samen te werken. Dit temeer omdat de VGS van mening is dat ook de gemeente hierin een financiele verantwoordelijkheid kan hebben.

Geschreven door J.G. (Jan) Macdaniël

Lees het volledige artikel